Zin in een fijne playlist tijdens de cursus?

De Bibliotheek - De ei-theorie

Volgende

welkom


In het theoretisch kader van deze cursus is al kort verteld hoe de theorie van Ruppert – die ik de EI-theorie noem – werkt. In dit stuk gaan we er dieper op in, zodat je een nog beter idee krijgt van wat er in je psyche gebeurt op het moment dat je een heftige gebeurtenis meemaakt. Naast de uitleg van Rupperts zienswijze, krijg je ook een aantal tips die je kunt gebruiken om het gezonde deel in jezelf te versterken. Kortom we maken hier verdergaand kennis met de drie delen binnenin ons en hoe ermee te werken.

Het opsplitsen van de psyche

Om te overleven


Volgens Ruppert heeft de psyche op het moment dat een situatie te heftig is en je niet kunt vluchten of vechten, nog maar twee mogelijkheden:

  • de activiteit in het hele psychische systeem verlagen om een complete ineenstorting te voorkomen of
  • het psychische systeem opsplitsen in subsystemen, omdat het als geheel niet verder kan functioneren

Volgens Ruppert is dit laatste – het opsplitsen van de psyche – de manier waarop mensen traumatische situaties overleven. Wanneer de realiteit te overweldigend is, splitst de psyche zich zodat niet het hele systeem overspoeld raakt. Je hebt hier zelf geen controle over. Daarom kunnen we vaak achteraf niet goed uitleggen waarom we deden wat we deden in een traumatische situatie.

De splitsing in de psyche is grondig en permanent: het getraumatiseerde deel, dat de overweldigende ervaringen bevat, wordt ingekapseld. Tegelijkertijd ontwikkelt zich een overlevingsdeel dat als taak heeft om te zorgen dat het trauma verborgen blijft en niet opnieuw wordt beleefd. Daarnaast is er dan het gezonde deel: dit deel is nog steeds in staat om min of meer normaal te functioneren in het dagelijks leven. 

Wit_Gevuld_Ei

Het getraumatiseerde deel

Een diepere verkenning


Het getraumatiseerde deel van onze psyche is een wereld op zich. Ruppert beschrijft het als de plek waar ‘de indrukken, beelden, geluiden, geuren, lichamelijke gevoelens, angst, woede, schaamte, walging en alle gedachten zich bevinden die een mens gedurende een traumatiserende situatie door het lijf en door het hoofd razen.’ Dit deel is bijzonder, omdat het tegelijkertijd zowel aanwezig als afwezig is in je leven. Het is ingekapseld en geïsoleerd van je bewuste ervaring, maar nooit echt weg. Je kunt het zien als documenten die in een verzegelde kluis liggen: je weet dat ze er zijn, maar je hebt er geen toegang toe.

Voorbeeld: Lea hoort dat haar contract niet wordt verlengd. Deze situatie triggert een oud trauma van acht jaar geleden, toen ze ook werd ontslagen wegens vermeend slecht functioneren. Tijdens het gesprek sluit ze zich af – lichamelijk is ze aanwezig, maar emotioneel niet. De boodschap en bijbehorende emoties (schaamte, angst, woede) worden weggestopt, net zoals destijds, toen dit een noodzakelijke overlevingsstrategie was: ze was net gescheiden en had twee kleine kinderen om voor te zorgen. Deze automatische afscheiding van het traumadeel beschermt haar tegen het overspoeld raken door de overweldigende intensiteit van die ervaringen.

Beeldmateriaal

Deze afscheiding is nodig, omdat de intensiteit van de ervaringen en gevoelens in het traumadeel te overweldigend zijn om in het alledaagse bewustzijn te dragen. Als het traumadeel volledig toegankelijk zou zijn, zou je overspoeld raken door emoties als:

  • intense angst, soms tot het niveau van doodsangst
  • overweldigende machteloosheid en hulpeloosheid
  • intense schaamte of schuldgevoelens
  • diepe wanhoop of hopeloosheid
  • brandende woede of razernij
  • ondraaglijke pijn of verdriet

Deze gevoelens komen niet alleen op als emoties, ze hebben ook een krachtige fysieke component. Je lichaam herinnert zich het trauma, zelfs als je bewuste geest dat niet doet. Daarom kunnen traumatische herinneringen zich uiten als lichamelijke sensaties: een knoop in je maag, een beklemmend gevoel op je borst, spanning in je kaken, of onverklaarbare pijnen in je lichaam.

Beeldmateriaal

Hoewel het getraumatiseerde deel meestal achter slot en grendel zit, kan het onder bepaalde omstandigheden toch doorbreken. Dit gebeurt meestal via triggers: situaties, geluiden, geuren of andere prikkels die onbewust herinneren aan het trauma. Een trigger kan iets heel specifieks zijn, zoals het geluid van brekend glas als dat geassocieerd is met een traumatische gebeurtenis. Of juist iets algemeens, zoals een gevoel van afwijzing of in de steek gelaten worden.

Wanneer je getriggerd wordt, kan het voelen alsof je even volledig terug bent in de traumatische gebeurtenis, zoals je las bij Lea. Je emotionele en fysieke reacties passen niet bij het heden, maar bij het verleden. Dit kunnen intense momenten zijn waarop je je plotseling misschien overweldigd, angstig, verlamd of juist extreem geïrriteerd voelt zonder te begrijpen waarom.

Ruppert geeft heel duidelijk aan dat het getraumatiseerde deel niet genezen of weggemaakt kan worden. Het is een deel van je levenservaring en daarmee een deel van jou. De weg vooruit ligt niet in het verwijderen of onderdrukken van dit deel, maar in het leren integreren ervan in je leven.

Later in dit stuk gaan we in op hoe je dit deel herkent, erkent, met zachtheid benadert en uiteindelijk integreert in je leven.

Het overlevingsdeel

Je innerlijke beschermer


Terwijl het getraumatiseerde deel de pijn van het trauma bevat, heeft het overlevingsdeel een heel andere functie: bescherming bieden tegen die pijn. Dit deel heeft één allesoverheersende prioriteit: ervoor zorgen dat je nooit meer de machteloosheid en overweldiging van het trauma hoeft te ervaren.

Het overlevingsdeel is als een toegewijde poortwachter die dag en nacht waakt om ervoor te zorgen dat het getraumatiseerde deel veilig achter slot en grendel blijft. Door de jaren heen ontwikkelt dit deel een uitgebreide repertoire aan strategieën om dit voor elkaar te krijgen:

  • Ontkenning: ‘Er is helemaal niets gebeurd.’ ‘Met mij is alles prima!’ ‘Ik heb alles onder controle!’
  • Vermijding: situaties, plaatsen, mensen of gesprekken die mogelijk herinneringen kunnen oproepen actief uit de weg gaan.
  • Afleiding zoeken: zodra moeilijke gevoelens opkomen, direct iets anders gaan doen – zoals werken, eten, scrollen op sociale media of sporten.
  • Projectie: de oorzaak van je ongemak buiten jezelf plaatsen. ‘Zij maken me boos.’ ‘Door hen voel ik me zo.’
  • Rationaliseren: alles willen beredeneren en verklaren, zodat je niet hoeft te voelen.
  • Zelfvervreemding: contact met je eigen behoeften en verlangens verliezen, omdat ze te dicht bij het trauma komen.
  • Sociale maskers: je verschansen achter rollen waarin je een script kunt volgen in plaats van echt jezelf te zijn.
  • Verslavingsgedrag: gebruik van middelen of dwangmatige activiteiten om gevoelens te verdoven.
  • Controle: extreme behoefte aan controle over situaties en mensen om je heen.
  • Perfectionisme: door perfect te zijn, hoop je afwijzing of verlating te voorkomen.

Slim is dat brein van ons hè?

(Een kleine knipoog, want het is heel gemakkelijk om dit deel te veroordelen, terwijl: het stelt alles in het werk om je te behoeden voor pijn.)

Het overlevingsdeel is zo krachtig, omdat het ooit levensreddend was. Dit deel heeft je beschermd toen je niet de vaardigheden en tools had om je op een andere manier te beschermen. Het heeft je daarmee in staat gesteld om door te gaan met leven toen delen van jou gebroken waren. Daarom is ook dit deel, net als je traumadeel, een deel dat erkend en gewaardeerd moet worden voor de bescherming die het heeft geboden.

Beeldmateriaal

Tegelijkertijd is het belangrijk om te beseffen dat deze bescherming ook een keerzijde heeft:

  • Het blokkeert niet alleen de pijn, maar ook je vermogen om voluit te leven en diep te voelen.
  • Het houdt je vast in patronen die ooit noodzakelijk waren, maar je nu beperken.
  • Het zorgt dat het contact met jezelf en anderen oppervlakkig blijft.
  • Het kost enorm veel energie om het systeem van ontkenning en vermijding in stand te houden.
  • Je lichaam zet zichzelf vast en wordt (chronisch) ziek met klachten zoals continue nek- en rugklachten, vaak hoofdpijn, organen die minder goed werken, ongezonde darmen of kortademigheid.

Overlevingsstrategieën leiden er daarom uiteindelijk toe dat je op de lange termijn niet voluit en vrijuit kunt leven.

vergeet tijdens 

het zoeken 

naar jezelf niet 

dat je nu ook 

al iemand  

bent

poetistisch

Hoe overlevingsdelen en traumadelen

Relaties beïnvloeden


Wanneer je vanuit je overlevingsdeel relaties aangaat, is het primaire doel niet verbinding of wederzijdse groei, maar functionaliteit en bescherming. Ruppert onderscheidt twee soorten liefdesrelaties:

  1. Vervullende relaties: beide partners hebben liefde te geven en kunnen ontvangen.
  2. Gebrekkige relaties: partners hopen van de ander te krijgen wat ze zelf missen.

Liefde die uit het overlevingsdeel komt, kenmerkt zich door:

  • bezitterigheid en jaloezie (‘De ander moet mij totaal toebehoren’)
  • onderwerping aan de ander en diens belangen (‘Omwille van deze liefde moet ik me ondergeschikt maken’)
  • blindheid voor de behoeften van de ander (‘De liefde is blind voor de behoeften van de ander’)
  • fixatie op behoud van de relatie tegen elke prijs (‘De relatie moet blijven bestaan, ook als er redenen zijn om deze te beëindigen’)
  • soms meer gehechtheid aan herinneringen of fantasieën dan aan de werkelijke persoon

Anders dan het overlevingsdeel, dat actief relaties aangaat vanuit strategieën, fungeert het traumadeel meer als een ondergronds programma – zie het maar als software die op de achtergrond meedraait. Ook al ben je je er niet van bewust, dit deel heeft invloed op hoe we relaties ervaren en vormgeven. Het traumadeel zelf initieert geen relaties, maar wanneer het getriggerd wordt binnen relaties, kunnen zich de volgende patronen voordoen:

Beeldmateriaal

  • Herbelevingen: je ervaart de huidige relatie vanuit het perspectief van oude, onverwerkte pijn. Een kleine teleurstelling kan bijvoorbeeld voelen als een totale afwijzing of verlating.
  • Projecties: onbewust projecteer je aspecten van personen uit je verleden op je huidige partner. Je ziet daardoor gedrag of intenties die er misschien niet zijn.
  • Wantrouwen: een fundamenteel wantrouwen in intimiteit dat voortkomt uit eerdere ervaringen waarin vertrouwen werd geschonden.
  • Emotionele overspoeling: schijnbaar kleine spanning kan leiden tot overweldigende emotionele reacties die niet in verhouding lijken te staan tot de situatie.
  • Dissociatie: bij relationele stress verdwijnen in jezelf, emotioneel afsluiten of je lichaam niet meer voelen.

Beeldmateriaal

Ruppert beschrijft hoe het traumadeel en het overlevingsdeel vaak samenwerken in relaties: het traumadeel bevat de onverwerkte pijn en angst, terwijl het overlevingsdeel strategieën ontwikkelt om niet opnieuw gekwetst te worden. Samen zorgen ze ervoor dat werkelijke intimiteit, waarbij je je volledig laat zien, buitengewoon moeilijk wordt.

Daarom ligt juist in het herkennen van deze delen een sleutel tot transformatie: door bewust te worden van deze dynamiek, kun je beginnen met het herkennen van triggers en patronen.

Wanneer we een situatie niet langer kunnen veranderen, worden we uitgedaagd om onszelf te veranderen.

— Victor Frankl

Werken met het verlangen

Een weg naar het gezonde deel


Het gezonde deel kan, wanneer het sterk genoeg is, de leiding nemen in je dagelijks leven. Het kan de gevoelens van het traumadeel met mededogen omarmen en de beschermende strategieën van het overlevingsdeel transformeren naar bewuste keuzemomenten. Waar het overlevingsdeel soms rigide en automatisch reageert, kan het gezonde deel reageren op een manier die past bij het huidige moment, in plaats van het verleden.

Een belangrijk inzicht uit Rupperts theorie is dat je gezonde deel niet iets is wat je moet creëren of ontwikkelen – het is al aanwezig in jou. Het is je oorspronkelijke zelf. Bij ieder mens is het in meer of mindere mate bedekt door lagen van bescherming en pijn, maar het is nog steeds intact. Je gezonde deel is niet stuk. Door die lagen van pijn kan het zijn dat je bent gaan geloven dat dit misschien kapot is in jou. Maar dat is niet waar: het is heel en zal dat ook altijd blijven.

Volgens Ruppert gaat het daarom niet zozeer om het creëren van iets nieuws, maar om je verbinden met dat wat er altijd al was. Om het afpellen van de lagen die je ware zelf bedekken. Om te herinneren wie je eigenlijk bent, onder alle beschermingsmechanismen en aanpassingen.

De methode die Ruppert aanreikt om contact te maken met je gezonde deel, is werken met verlangen. Anders dan bij veel andere benaderingen, die zich met name richten op het verwerken van trauma of het doorbreken van overlevingsstrategieën, benadrukt Ruppert het belang van het verkennen van je diepste verlangens.

Een verlangen is niet hetzelfde als een wens of een doel. Het is dieper, fundamenteler. Een wens gaat vaak over iets concreets: ‘Ik wil een nieuwe baan’. Een verlangen gaat daarentegen over een fundamentele staat van zijn: ‘Ik verlang ernaar me kalm te voelen’. ‘Ik verlang ernaar om te kunnen voelen.’ Verlangens komen voort uit je essentie, uit wie je werkelijk bent. Door dit op te stellen, komt ten diepste tevoorschijn wat er onder alle beschermingslagen en trauma’s ligt.

illustratie VERLANGEN Lisanne nog toevoegen

Het verlangen functioneert daarmee als een soort kompas dat wijst naar je gezonde deel, naar je authentieke zelf. Vaak zijn we ons niet bewust van onze diepste verlangens omdat ze bedekt zijn geraakt door:

  • de overtuigingen van ons overlevingsdeel (‘Dat is niet realistisch’, ‘Dat verdien ik niet’)
  • de angsten van ons traumadeel (‘Als ik dat doe, zal ik weer gekwetst worden’)
  • culturele en maatschappelijke conditionering (‘Zo hoort het niet’, ‘Dat is egoïstisch’)

Door bewust contact te maken met je verlangens, maak je ook contact met het deel van jezelf dat nog weet wie je bent voorbij je trauma en overlevingsstrategieën: je gezonde deel.

Andere voorbeelden van verlangens die uit het gezonde deel komen, zijn:

  • Ik wil het avonturierschap in mezelf ontdekken.
  • Ik wil me dieper verbinden met anderen.
  • Ik wil voor mezelf proberen op te komen.
  • Ik verlang naar diepe vreugde.
  • Ik wil meer voldoening ervaren in het leven.

Beeldmateriaal

Wat opvalt aan deze verlangens is dat ze niet gaan over status of prestatie, maar over ervaring, verbinding en zelfexpressie. En dit is precies wat er in je gezonde deel zit, je gezonde deel verlangt naar heelheid, vreugde en authenticiteit. Hoewel je in deze cursus niet direct zelf ‘verlangensopstellingen’ kunt doen zoals Ruppert ze heeft ontwikkeld, kun je wel inspiratie putten uit de onderliggende filosofie:
  • Het besef dat je gezonde deel en je authentieke verlangens altijd aanwezig zijn, ook als ze bedekt zijn door trauma en overlevingsstrategieën.
  • De mogelijkheid om je bewust te worden van wat je werkelijk verlangt, voorbij de beperkende overtuigingen van je overlevingsdeel.
  • Het inzicht dat het herkennen van je diepere verlangens een weg kan zijn naar heelheid.

Herkennen, erkennen, versterken én integreren


Nu je meer inzicht hebt in hoe trauma de psyche splitst en hoe de verschillende delen functioneren, kun je deze kennis gaan toepassen in je dagelijks leven. Dit is een proces dat tijd, geduld en mildheid vraagt, maar dat je stap voor stap kunt integreren.

1

Herkennen: wie spreekt er nu?

De eerste – en misschien wel belangrijkste – stap is het leren herkennen welk deel in jou actief is en de boventoon voert. Dit is een vaardigheid die met oefening steeds verfijnder wordt.

Zo herken je je traumadeel:
  • Je wordt overspoeld door emoties die niet in verhouding lijken te staan tot de situatie.
  • Je ervaart intense fysieke reacties: hartkloppingen, ademnood, hoge spierspanning.
  • Je voelt je plotseling klein, hulpeloos of machteloos.
  • Je hebt het gevoel dat je ‘terug in de tijd’ gaat.
  • Je bent niet meer volledig aanwezig in het hier en nu.
  • Je ervaart flitsen van herinneringen of sensaties.

Beeldmateriaal

Zo herken je je overlevingsdeel:

  • Je merkt dat je in oude, automatische reactiepatronen schiet.
  • Je voelt je rigide, gespannen of gehaast.
  • Je oordeelt snel over jezelf of anderen.
  • Je hebt een sterke behoefte aan controle.
  • Je vermijdt bepaalde situaties, gesprekken of gevoelens.
  • Je rationaliseert alles, houdt emoties op afstand.
  • Je zoekt afleiding wanneer ongemakkelijke gevoelens opkomen.

Beeldmateriaal

Zo herken je je gezonde deel:

  • Je voelt je aanwezig in het moment.
  • Je kunt gevoelens ervaren zonder erdoor overspoeld te raken.
  • Je bent nieuwsgierig en open, niet oordelend.
  • Je kunt flexibel reageren op uitdagingen.
  • Je voelt je verbonden met jezelf en anderen.
  • Je ervaart een gevoel van innerlijke rust, zelfs te midden van uitdagingen.

Probeer vanaf een afstandje naar jezelf te kijken. Observeer jezelf, wees mild en denk misschien wel: ‘Ah, daar zijn die emoties weer die me zo nu en dan overmannen.’ Zónder hier een oordeel aan te koppelen.

Erkennen: ontvang alle delen met compassie

Wanneer je herkent welk deel actief is, kun je het vervolgens met erkenning en compassie ontvangen, zonder het weg te duwen of te willen veranderen.

  • Voor je traumadeel kan dit zijn: ‘Ik voel je pijn. Het spijt me dat je dit hebt moeten doorstaan. Je bent niet alleen. Ik ben hier bij je.’
  • Voor je overlevingsdeel kan dit klinken als: ‘Ik zie dat je me wilt beschermen. Dank je voor je zorg en moeite. Je hebt me door moeilijke tijden heen geholpen.’
  • Voor je gezonde deel kun je erkennen: ‘Dank je dat je er bent. Ik waardeer je wijsheid en voel je aanwezigheid.’

2

Ruimte maken: versterk je gezonde deel

Terwijl je je overlevings- en traumadelen erkent en verwelkomt, kun je tegelijkertijd bewust ruimte maken voor je gezonde deel om sterker te worden. Dit zijn manieren om je gezonde deel te versterken:

Verbind je met je lichaam

  • regelmatige lichaamsgerichte oefeningen zoals yoga of ademwerk.
  • wandelen in de natuur, waarbij je bewust contact maakt met je zintuigen.
  • momenten van stilte of meditatie, waarin je leert om aanwezig te zijn met wat er is.

Bouw aan je veerkracht

  • Versterk je emotionele draagkracht: leer je gevoelens herkennen en benoemen zonder erin meegezogen te worden. Creëer veilige ruimtes waarin je emoties kunt ervaren en uiten, en zoek situaties en relaties die je emotioneel voeden en ondersteunen.
  • Ontwikkel je cognitieve vermogens: leer gedachtepatronen te herkennen. Neem je gedachten waar zonder je ermee te identificeren, en probeer constructieve, steunende gedachten over jezelf en de wereld te vormen.
  • Oefen dagelijkse zelfzorg: bouw routines op voor slaap, beweging en ontspanning die je mentale en fysieke basis versterken.

Beeldmateriaal

Verken je diepere verlangens

  • Maak tijd om te onderzoeken wat je werkelijk verlangt in het leven.
  • Stel de vraag: ‘Wat zou ik doen als ik me volledig veilig voelde?’
  • Gebruik je dromen, creativiteit en verbeelding om contact te maken met je authentieke wensen.

3

Integreren: naar een nieuw evenwicht

Uiteindelijk gaat het niet om het elimineren van je trauma- of overlevingsdeel, maar om integratie. Het gaat om het creëren van een nieuwe balans waarin je gezonde deel de leiding heeft, terwijl het liefdevol verbonden blijft met alle aspecten van jezelf.

Integratie betekent dat:
  • je traumadeel mag bestaan, met al zijn pijn en kwetsbaarheid
  • je overlevingsdeel wordt gewaardeerd voor de bescherming die het biedt
  • je gezonde deel de uiteindelijke beslissingen neemt over hoe je wilt leven en reageren

Dit integratieproces is niet lineair en kent ups en downs. Soms zul je merken dat je overlevingsdeel weer sterk op de voorgrond treedt, bijvoorbeeld in tijden van stress of wanneer je getriggerd wordt. Dat is volkomen normaal en hoort bij het proces. Doe wat voor jouw gevoel binnen je macht ligt om geleidelijk aan meer bewustzijn en keuzevrijheid te ontwikkelen, zodat je niet langer volledig overgeleverd bent aan automatische reacties.

Beeldmateriaal

Met elke ronde van herkennen, erkennen, ruimte maken en integreren, wordt je gezonde deel sterker en krijgen je traumadeel en overlevingsdeel een minder overheersende rol in je psyche. Dit leidt niet tot ‘genezing’ in de zin dat alle pijn verdwijnt, maar tot een staat waarin alle delen van jezelf erkend worden en samenwerken als een geïntegreerd geheel.

4

HIER KOMT NOG EEN OUTRO= Ellen

Kom je naar de verdiepingssessie of wil je even sparren?

Wat leer je in de Deep Dive?

Onder de Deep Dive vallen de onderstaande drie paden. In de cursus ga je met alledrie aan de slag. Je kunt alvast een kijkje nemen naar de verschillende paden.