Module 7 · De diepte in met verbindende gesprekken
Hey!
Kom lekker te zitten,
schuif fijn aan bij deze module
welkom
Je hebt een flinke reis gemaakt. Je bent begonnen met de theorie, je hebt draagkracht opgebouwd en tools gekregen om je zenuwstelsel te reguleren. Je hebt ontdekt welk beschermingsmechanisme je inzet en bent de diepte ingegaan met jouw pad. Je weet nu hoe je reageert wanneer je wordt geraakt, waar dit vandaan komt en hoe je met mildheid naar jezelf kunt kijken.
Dit alles heeft je gebracht tot waar je nu bent: klaar om deze kennis toe te passen in relatie met anderen. Want alle inzichten die je over jezelf hebt opgedaan, worden pas echt waardevol als je ze kunt inzetten in verbinding met de mensen om je heen.
Wanneer het spannend
wordt met de ander
Als je in een situatie terechtkomt waarin iemand die je dierbaar is je triggert, kun je dat op twee manieren bekijken. Je kunt het zien als iets vervelends wat liever niet was gebeurd. Of je kunt het zien als een kans om jezelf en de ander beter te leren kennen.
Ik geloof dat alles wat je tegenkomt in relaties je kan helpen groeien, zelfs de moeilijkste ervaringen. Dit betekent niet dat je alles maar een positieve draai moet geven of moet doen alsof het geen pijn doet – soms zijn dingen gewoon moeilijk of oneerlijk. Maar zelfs dan heb je de vrijheid om te kiezen: blijf ik hangen in het verhaal van wat mij is aangedaan of kan ik het ook zien als een kans om mezelf beter te leren kennen?
In deze module gaan we dieper in op hoe je, na een moeilijke situatie, weer in verbinding kunt komen met de ander. Je krijgt concrete handvatten voor een herstelgesprek en leert hoe je vanuit rust kunt delen wat er vanbinnen bij je gebeurde. Want juist in het helen van lastige momenten ligt een kans voor diepere verbinding.
Deel 1: De voorbereiding
Bewust in gesprek: een stapsgewijze benadering
We beginnen met een video. In deze video krijg je een praktisch stappenplan dat je kunt gebruiken om weer in contact te komen met de ander na een situatie waarin je getriggerd werd. Want: hoe deel je eerlijk wat er in je omging, vooral als je achteraf anders had willen reageren? Je leert hoe je vanuit rust kunt delen wat er bij jou gebeurde en hoe je de ander uitnodigt hetzelfde te doen. Na de video krijg je verdiepende handvatten om het gesprek zo fijn mogelijk te laten verlopen: van het kiezen van het juiste moment en het creëren van een veilige omgeving, tot het voeren van het gesprek zelf en het omgaan met uitdagingen die je onderweg kunt tegenkomen.
Maak een spiekbriefje
De stappen die je net in de video hebt gezien kunnen in het moment zelf best overweldigend voelen. Daarom is het helpend om vooraf aan het gesprek met de ander een spiekbriefje voor jezelf te maken. Zo’n voorbereiding geeft houvast en zorgt dat je tijdens het gesprek beter bij je intentie kunt blijven.
Je kunt je spiekbriefje als volgt opbouwen
Jouw intentie
Schrijf in een paar zinnen op waarom je dit gesprek wilt voeren. Bijvoorbeeld: ‘Ik wil graag delen wat er met mij gebeurde toen ik zo fel reageerde, zodat we elkaar beter kunnen begrijpen. Ook wil ik graag horen hoe jij het hebt ervaren.’ Of: ‘Ik wil de lucht graag klaren, zodat we ons minder gespannen voelen binnen onze samenwerking. Ik zou graag fijne collega’s blijven.’
De drie pijlers
Beschrijf kort voor jezelf:
- De situatie: wat gebeurde er precies?
- De trigger: welk specifiek moment raakte je?
- Je gevoel: welke emoties kwamen er toen bij je op?
Jouw proces in het ei-model
Noteer bij elk deel wat je wilt delen:
- Overleefdeel: hoe reageerde je op het moment dat het gebeurde?
- Traumadeel: welke diepere gevoelens werden er bij jou geraakt en in welke mate lijken deze gevoelens op eventuele eerdere ervaringen in je leven?
- Gezonde deel: wat had je achteraf gezien nodig? Wat zou je een volgende keer anders willen doen?
Dit spiekbriefje is er niet om woord voor woord te volgen, maar als een zachte herinnering voor wat je wilt bespreken. Het helpt je om bij je kern te blijven als je tijdens het gesprek even de draad kwijtraakt of weer in je beschermingsmechanisme schiet.
Tip – wees transparant over je voorbereiding. Je kunt gewoon tegen de ander zeggen dat je wat dingen hebt opgeschreven, omdat dit gesprek je aan het hart gaat en je het graag goed wilt doen. Dit laat zien dat je het serieus neemt en schept vaak direct meer openheid.
De ander meenemen in het gesprek
Terwijl jij door deze cursus al veel inzicht hebt opgedaan over reacties en patronen bij jezelf en anderen, is dat bij de ander, met wie je het gesprek aangaat, meestal niet het geval. Jij hebt inmiddels geleerd over het ei-model, de polyvagaaltheorie en verschillende manieren om met triggers om te gaan. De ander heeft deze kennis wellicht niet. Het is daarom belangrijk om je gesprekspartner op een toegankelijke manier hierin mee te nemen. Je kunt het gesprek bijvoorbeeld openen met: ‘Ik volg een cursus over hoe je beter met lastige situaties om kunt gaan en daarin heb ik veel over mezelf geleerd. Ik zou graag wat van die inzichten met je delen, omdat ik denk dat het ons kan helpen elkaar beter te begrijpen. Is het goed als ik vertel wat ik heb ontdekt?’
Als de ander interesse toont, kun je:
- in eenvoudige taal uitleggen wat je hebt geleerd over jezelf
- specifieke termen zoals ‘ei-model’ of ‘getriggerd worden’ kort toelichten als je ze gebruikt
- de ander uitnodigen om te delen wat er bij diegene gebeurde
Het kan zijn dat de ander interesse heeft om meer te leren over de aanpak die jij hanteert. In dat geval kun je bijvoorbeeld samen de video bekijken die aan het begin van deze module staat. Ga de ander niet ‘onderwijzen’ zodat diegene het gesprek op precies dezelfde manier als jou voert – dat werkt vaak averechts. Het gaat er vooral om dat jullie elkaar beter leren begrijpen.
Soms merk je echter al aan het begin van een gesprek dat de ander niet echt openstaat voor verbinding. Dit kun je voelen aan:
- een gesloten houding
- een afstandelijke blik
- veroordelende taal
- gebrek aan betrokkenheid bij het proces
Op zulke momenten is het belangrijk om voor jezelf te zorgen. Je kunt eerlijk benoemen wat je waarneemt: ‘Ik merk dat dit gesprek nu niet gaat brengen wat ik had gehoopt. Ik stel voor dat we het hier voor nu bij laten’. Onthoud: niet iedereen is op elk moment in staat een verbindend gesprek te voeren. Als je voelt dat er geen veilige bedding is voor jullie proces, kies dan voor zelfliefde en zet het gesprek – op dat moment – niet door.
Nu je het stappenplan kent, weet hoe je een spiekbriefje maakt en hoe je de ander in een gesprek mee kunt nemen, gaan we onderzoeken hoe je het gesprek zelf kunt vormgeven.
Het juiste moment kiezen
Een goed begin is het halve werk en daarom zou ik zeggen: voer niet te snel na een trigger dit soort gesprekken. Je systeem heeft tijd nodig om tot rust te komen – meestal zo’n 24 tot 48 uur. Het is als de zeebodem die na een wild gevecht tussen een krab en een kreeft weer tot rust moet komen: alle zandkorrels moeten eerst neerdwarrelen voordat het water weer helder wordt. In deze tussentijd kun je voor jezelf zorgen door een warme douche te nemen, onder een dekentje te kruipen, een wandeling te maken of te gaan sporten. Je kunt ook met een vriend(in) delen wat er speelt. Houd dit wel kort: zo voorkom je dat je het volledig gaat analyseren. Het doel van deze ‘tussentijd’ is om je systeem de tijd te geven om te landen, zodat je in een rustige, kalme staat het gesprek aan kunt gaan.
Een veilige bedding creëren
Als je samen een gesprek wilt voeren dat de diepte in mag gaan, is het belangrijk dat je eerst samen bespreekt waar jullie dat willen doen. Het gaat over zoveel meer dan alleen een plek kiezen – het gaat erom dat jullie een ruimte kiezen of creëren waarin jullie je allebei op je gemak en thuis voelen. Dit kan voor iedereen anders zijn. Misschien voel jij je het meest op je gemak bij jou thuis, waar je helemaal jezelf kunt zijn. Of juist bij de ander, omdat die zich daar beter kan ontspannen. Soms werkt een plekje in de natuur het beste, bijvoorbeeld dat bankje in het park waar jullie al vaker fijne gesprekken hebben gevoerd. Wat vandaag goed voelt, kan volgende week heel anders zijn. Als je net ziek bent geweest, heel moe bent of je kwetsbaar voelt, heb je misschien behoefte aan een andere plek. Daarom is het zo mooi om elke keer opnieuw samen af te stemmen: wat hebben wij vandaag nodig om ons veilig te voelen met elkaar?
Veiligheid ontstaat niet alleen door het creëren van de juiste plek, maar ook door hoe jullie er voor elkaar zijn. Het gaat erom dat jullie je beiden gelijkwaardig voelen in het gesprek – niet dat de een de ander moet redden of overtuigen. Je kunt dit bespreken door bijvoorbeeld te zeggen: ‘Ik vind het spannend om dit gesprek aan te gaan en ik weet dat jij je eigen ervaring hebt. Zullen we kijken of we elkaar kunnen begrijpen, ook als we het anders hebben beleefd?’ Juist omdat deze gesprekken over kwetsbare thema’s gaan, helpt het om elkaar vooraf te vertellen wat voor jullie belangrijk is om je veilig te voelen. Voor de een is dat bijvoorbeeld kunnen pauzeren als het te veel wordt, voor de ander is het helpend om te weten dat ze hun verhaal helemaal mogen afmaken. Door dit te delen, creëer je samen een bedding waarin jullie je allebei kunnen ontspannen.
Voordat je met de ander in gesprek gaat, is het tevens belangrijk dat je er zelf zo comfortabel mogelijk bij zit.. Denk bijvoorbeeld hieraan:
- Kies kleding die comfortabel zit en waarin je je vrij kunt bewegen.
- Neem een houding aan waarin je ontspannen kunt zitten of liggen.
- Zorg dat je warm genoeg bent.
- Luister naar wat je lijf nodig heeft (een kussen in je rug, water binnen handbereik).
Sta voorafgaand aan het gesprek even stil bij wat er verder in je leven speelt. Misschien ben je moe van een drukke werkweek. Of speelt er iets met je familie wat veel van je vraagt. Dit hoeft het gesprek niet te bepalen, maar het is wel fijn om het even te benoemen. Je kunt bijvoorbeeld zeggen: ‘Ik merk dat ik vandaag wat vermoeid ben. Het kan zijn dat ik daardoor soms even moet pauzeren. Weet dat dit niets met jou te maken heeft.’ Ook de situatie waardoor je getriggerd werd kan ervoor gezorgd hebben dat je in een lastige fase terecht bent gekomen, doordat er een oude diepe pijn is geraakt die je wilt onderzoeken. Ook dat kun je benoemen, bijvoorbeeld door te zeggen: ‘Ik ben de laatste tijd veel met mezelf aan het werk, waardoor ik me af en toe wat somber voel. Het kan zijn dat je dit aan me merkt en dit heeft niets met jou te maken.’
Een andere belangrijke voorbereiding is om samen afspraken te maken over tijd. Het is goed om allebei evenveel tijd te krijgen voor wat je wilt delen. Een simpele maar effectieve manier is om een wekker te zetten op bijvoorbeeld 20-30 minuten per persoon. Je weet zo dat je niet op de tijd hoeft te letten en voorkomt zo dat een van jullie (onbedoeld) het grootste deel van de tijd inneemt. Als de wekker gaat, rond je rustig af. Soms heb je nog iets meer tijd nodig om de gedachten die je hebt bij een bepaald onderwerp voor je gevoel goed af te ronden – dat is natuurlijk prima.
Soms kan het fijn zijn om elkaar aan te raken tijdens het gesprek. Dit kan zo simpel zijn als elkaars hand vasthouden of even naast elkaar zitten. Maar het is wel belangrijk dat dit voor jullie beiden goed voelt. Je kunt van tevoren bespreken wat jij fijn vindt: ‘Als ik emotioneel word, vind ik het prettig als je mijn hand vasthoudt. Hoe is dat voor jou?’ Je kunt het ook op het moment zelf vragen: ‘Zou je het fijn vinden als ik even naast je kom zitten?’ Het mooie is dat je dit per keer kunt afstemmen – wat de ene keer helpend is, hoeft dat een volgende keer niet te zijn.
Deel 2: Het gesprek
De kunst van het luisteren
In het gesprek zelf gaat het erom dat jullie allebei helemaal mogen zijn wie je bent en zoals je je voelt op dat moment. Een van de grootste uitdagingen hierbij is: het luisteren naar de ander. Ook al heb je de beste intenties, je kunt merken dat je gedachten afdwalen of dat je een impuls om direct te reageren bij jezelf opmerkt. Dit is menselijk en juist daarom is het fijn om er bewust mee om te gaan. Als je merkt dat je afdwalen, kun je dat gewoon delen: ‘Sorry, ik was even in gedachten. Wil je dat laatste stukje nog een keer delen?’ Als iets je raakt of als je iets niet begrijpt, mag je dat ook benoemen. Het gaat er niet om dat je alles perfect doet, maar dat je oprecht bent in het contact met de ander.
Hieronder vind je een oefening die je kan helpen om in een rustige, ontvankelijke staat te komen. Deze oefening kun je doen voordat je het gesprek ingaat.
Oefening: Een rustgevende luisterhouding aannemen
Ga zitten op een comfortabele plek – dit kan een stoel, bank of de grond zijn. Leg een kussentje onder je billen. Leg je handen tussen je billen en het kussentje. Voel hoe je billen en bekken ontspannen over je handen heen kunnen zakken. Doe dan rustig deze bodyscan.
Het is niet erg als je tijdens het verhaal van de ander merkt dat je afdwaalt – het gaat erom dat je het opmerkt en liefdevol terugkeert naar het gesprek. Je kunt een pen en papier naast je leggen om kort iets op te schrijven als je een vraag hebt die je niet wilt vergeten. Zo hoef je niet bang te zijn dat je iets belangrijks mist en kun je toch in het moment blijven. Andere luistertips zijn:
- Luister eerst een tijdje zonder te reageren. Zo kan de ander echt in diens verhaal komen.
- Wacht met het stellen van vragen tot de ander heeft gezegd wat die aan het delen is. Schrijf eventueel kort iets op als je bang bent het te vergeten.
- Stel maximaal één of twee vragen als de ander klaar is. Kies de vragen die je echt helpen de ander beter te begrijpen.
- Als je merkt dat je geraakt wordt door iets, kun je dat kort delen: ‘Als je dit vertelt, voel ik ook verdriet’ of ‘Dit raakt me’.
- Als je iets niet helemaal begrijpt, vraag dan: ‘Zou je dit stukje nog eens willen vertellen? Ik wil het graag goed begrijpen.’
- Als je ziet dat de ander geraakt is, laat dan ruimte voor stilte. Je hoeft niet meteen met een oplossing of reactie te komen.
Je eigen proces dragen
Tijdens een gesprek na een trigger kunnen er (opnieuw) allerlei gevoelens en spanningen door je heen gaan. Soms merk je dat je in een oud patroon schiet – misschien voel je de neiging om te vechten, te bevriezen of je terug te trekken. Dit betekent niet dat je iets fout doet; het laat juist zien waar er nog iets te helen is. Het is dan verleidelijk om óf volledig op de ander te leunen óf juist alles zelf te willen dragen. De kunst is om hier een middenweg in te vinden – een manier waarop je steun kunt vragen, terwijl je aanwezig blijft bij de processen die zich in je lichaam afspelen.
Jezelf reguleren betekent dat je voelt wat er vanbinnen bij jou gebeurt en dat je daarin je verantwoordelijkheid neemt. Dit kan bijvoorbeeld door je aandacht bij je ademhaling te brengen. Als je merkt dat de spanning oploopt, kun je bewust drie tellen inademen en vijf tellen uitademen. Voel hoe eerst je buik uitzet, dan je middenrif en als laatste je borstkas. Bij de uitademing laat je je lichaam rustig ontspannen. Dit helpt je om weer stevigheid te vinden in jezelf. Andere manieren om jezelf te reguleren zijn:
- Leg je handen op een plek op je lichaam waar je spanning voelt.
- Beweeg even of verander je houding.
- Stel jezelf innerlijk gerust: ‘Het is oké dat dit nu gebeurt.’
- Kijk naar iets om je heen wat je rust geeft, een externe hulpbron om jezelf te kalmeren. Ga na hoe het voor je voelt als je ernaar kijkt, wat vind je er mooi of fijn aan en welk gevoel geeft het je? Sta even stil bij dit fijne gevoel en ga rustig weer verder met het gesprek.
Elkaar helpen
Naast zelfregulatie bestaat er ook co-regulatie: elkaar helpen om weer tot rust te komen. Dit kan door:
- rustig aanwezig te blijven als de ander het moeilijk heeft
- te vragen wat de ander nodig heeft: ‘Zal ik even dichterbij komen zitten?’
- samen even stil te zijn
- te benoemen wat je ziet: ‘Ik zie dat dit je raakt.’
Wat hierin belangrijk is, is dat je de verantwoordelijkheid voor je eigen proces niet uit handen geeft. Jouw emoties, jouw reacties, jouw triggers – ze horen bij de reis die jij op dit moment doormaakt. Dit betekent niet dat je alles alleen hoeft te doen. We zijn sociale wezens en hebben elkaar nodig. Het gaat erom dat je erkent: wat er in mij gebeurt, is van mij. Je kunt een ander vragen om steun, bijvoorbeeld: ‘Ik voel dat dit me raakt. Zou je even stil met me willen zijn?’ Maar het is niet de verantwoordelijkheid van de ander om jouw proces op te lossen. Als je tijdens een gesprek merkt dat een gevoel je overspoelt of dat je in een beschermingsmechanisme schiet, kun je dit delen: ‘Ik merk dat ik nu helemaal dichtklap. Zou je even rustig met me willen blijven zitten?’ Of: ‘Ik voel dat dit me diep raakt. Mag ik even vertellen wat er in me omgaat?’
Het verschil zit hem in de verwachting. Je vraagt om steun zonder de ander verantwoordelijk te maken voor je welzijn. Als de ander op dat moment geen ruimte heeft om je te steunen, kun je dat accepteren – hoe moeilijk dat soms ook is.
Alles wat je raakt in het contact met anderen is een uitnodiging om naar binnen te kijken. Of het nu gaat om een opmerking die je kwetst, een situatie die je triggert of een reactie die zich herhaalt – het zijn allemaal mogelijkheden om jezelf beter te leren kennen. Dit betekent niet dat de ander geen aandeel heeft in wat er gebeurt. Als iemand op een onhandige of pijnlijke manier iets tegen je zegt, mag je daar zeker iets van vinden. Maar de diepere vraag is: wat raakt het in mij? Wat vertelt dit me over mijn gevoeligheden, mijn verlangens, mijn grenzen?
Stel, je deelt iets kwetsbaars en de ander reageert wat luchtig of maakt er een grapje over. Je kunt dan in een oordeel schieten: ‘Je neemt me niet serieus.’ Of je kunt nieuwsgierig worden: ‘Interessant dat dit me zo raakt – waar gaat dit over voor mij?’ Op zulke momenten helpt het om even stil te staan bij wat er gebeurt. Om weer even te bedenken waarom je dit gesprek wilt voeren en te benoemen wat er bij jou gebeurt: ‘Ik merk dat dit veel in me losmaakt. Ik weet nog niet precies hoe ik dat wil delen.’ Zo geef je de ander de kans om rekening te houden met wat er bij jou gebeurt en blijf je in verbinding met jezelf.
De dramadriehoek herkennen
We hebben allemaal wel een manier om de verantwoordelijkheid voor ons eigen proces uit de weg te gaan. Dit gebeurt vaak vanuit oude patronen die we de dramadriehoek noemen:
- Als ‘aanklager’ leg je alle verantwoordelijkheid bij de ander: ‘Jij doet dit altijd’, ‘Door jou voel ik me zo’
- Als ‘slachtoffer’ maak je jezelf machteloos: ‘Ik kan er niks aan doen’, ‘Het overkomt me gewoon’
- Als ‘redder’ neem je juist alle verantwoordelijkheid op je: ‘Het is allemaal mijn schuld’, ‘Ik zal het wel weer oplossen’
Het mooie is dat je deze patronen bij jezelf kunt leren herkennen. Als je merkt dat je veel ‘jij’ taal gebruikt en oude koeien uit de sloot haalt, ben je waarschijnlijk in de aanklagerspositie belandt. Als je je heel klein maakt en alles externaliseert (de oorzaak buiten jezelf zoekt), zit je in de slachtofferpositie. En als je meteen je hand in eigen boezem steekt en alle verantwoordelijkheid naar je toe trekt – ‘Het is helemaal mijn fout, ik had het anders moeten doen, laat mij het maar oplossen’ – dan zit je in de redderspositie. Op zulke momenten kun je jezelf liefdevol weer tot de orde roepen: ‘Hé, waar ben ik nu eigenlijk mee bezig?’ Je keert dan terug naar wat ik de ‘winnaarspositie’ noem – niet omdat je wint van de ander, maar omdat je terugkeert naar gelijkwaardigheid en echte verbinding. In de winnaarspositie ben je in staat om:
- je eigen aandeel te zien zonder jezelf de schuld te geven
- de ander te horen zonder hun perspectief over te nemen
- je kwetsbaar op te stellen zonder je klein te maken
- je grenzen op een respectvolle manier aan te geven
Wil je uitgebreider stilstaan bij de dramadriehoek en hoe deze effectief toe te
passen? Lees er hier meer over.
Journaloefening
Jouw patronen verkennen
Neem even de tijd om deze vragen voor jezelf te beantwoorden.
In de zoektocht naar mezelf vond ik ook mijn mensen.
— kleinstukjeversheid
Balanceren tussen hoofd en hart
Het kan gebeuren dat een gesprek vooral gaat over wat er zich in je hoofd afspeelt – dat je veel analyseert en verklaart, maar weinig bij je gevoelens stilstaat. Dit is heel herkenbaar, vooral als je gewend bent om dingen verstandelijk te benaderen. Toch ligt de sleutel tot diepere verbinding juist in het voelen. Als je merkt dat een situatie zich continu in je hoofd blijft afspelen, kun je eens proberen stil te staan bij het gevoel dat het bij je opriep. Bijvoorbeeld: ‘Toen voelde ik me zo eenzaam’ – en daar echt even bij te blijven. Niet meteen doorgaan naar het volgende voorbeeld of de volgende analyse, maar ruimte maken voor wat je vanbinnen voelt.
Het mooie is dat wanneer jij bij je gevoel kunt blijven, je de ander ook uitnodigt om dat te doen. En juist in die diepere lagen van het gesprek wordt het extra belangrijk er voor jezelf te kunnen zijn. Zodra de ander ook diens gevoelens deelt, ben jij in staat om je daar niet te veel door laten mee te slepen, maar je gezonde deel leidend te laten zijn – en dus vanuit die plek te reageren.
Pas als het er mag zijn doet het minder pijn.
— poetistisch
Afsluiting
In het gesprek met de ander gaat het erom dat je je steeds bewuster wordt van wat er vanbinnen bij jou gebeurt en dat je daar op een liefdevolle manier mee omgaat. Elke keer dat je een reactie herkent en ervoor kiest om het anders te doen, groei je in je vermogen om echt verbinding met de ander te maken. Deze weg van groei vraagt oefening en geduld met jezelf – je hebt immers tijd nodig om de diepte in jezelf steeds beter te leren kennen en vaardiger te worden in het dragen van je eigen proces.
Het allerbelangrijkste is dat je je committeert aan deze reis. Door deze stappen steeds opnieuw te doorlopen, samen met de ander, verankeren ze zich steeds dieper in jullie bewustzijn. Elke keer dat jullie dit doen, zul je merken dat het makkelijker wordt om elkaar te begrijpen en bij elkaar aan te sluiten. De tijd die je neemt om dit proces te herhalen en te verfijnen is een investering in jullie relatie. Als je jezelf en elkaar deze ruimte geeft om te oefenen en te groeien, heb je de sleutel in handen voor steeds dieper contact.
Je reis vervolgen
Je hebt nu alle essentiële onderdelen van de cursus doorlopen. Je hebt jezelf leren kennen, compassie ontwikkeld en concrete tools gekregen om in verbinding te blijven – zowel met jezelf als met anderen. Je weet hoe je gesprekken kunt voeren na moeilijke momenten en hoe je je eigen proces kunt dragen. Dit betekent dat je bijna aan het einde bent gekomen van de reguliere modules – er is natuurlijk ook nog het puzzeldocument, de bibliotheek en de bonusoefeningen.
In de volgende en laatste module van deze reeks nemen we de tijd om stil te staan bij alles wat je hebt doorgemaakt en kijken we samen vooruit naar hoe je deze kennis blijvend in je leven kunt integreren.
