Puzzelstuk 1 – Je tijdlijn
Welkom bij Puzzelstuk 1
Je tijdlijn
In dit puzzelstuk ga je op reis naar je vormende jaren – van je tijd in de baarmoeder tot je achttiende levensjaar. Deze periode heeft de basis gelegd voor wie je nu bent: je manier van hechten, je zelfvertrouwen, je reactiepatronen en je overtuigingen over jezelf en de wereld.
Je gaat vijf cruciale ontwikkelingsfases verkennen, elk met hun eigen uitdagingen en mogelijkheden voor groei. Door gesprekken met je ouders/verzorgers, persoonlijke reflectie en journaloefeningen ontdek je hoe je vroegste ervaringen nog steeds doorwerken in je huidige leven.
Wat je kunt verwachten bij ieder onderdeel:
· 0-1 jaar: De basis van vertrouwen en hechting
· 1-3 jaar: Autonomie ontwikkelen en de wereld ontdekken
· 3-6 jaar: Je eigen wil vinden en keuzes maken
· 6-12 jaar: Vaardigheden ontwikkelen en zelfvertrouwen opbouwen
· 12-18 jaar: Identiteit vormen en je plek in de wereld vinden
Deze reis vraagt tijd en zachtheid voor jezelf. Je hoeft niet alles in één keer te doen – elk deel kun je in je eigen tempo doorlopen.
0 - 1 jaar: De basis
van vertrouwen en hechting
We beginnen met een reis terug naar je vroegste jaren – zelfs de tijd voor je geboorte. Je gaat op ontdekkingsreis naar de periode waarin de basis van je vertrouwen en je vermogen tot hechting werd gelegd. Door gesprekken met je ouders of verzorgers en door persoonlijke reflectie, krijg je inzicht in hoe je vroegste ervaringen hebben bijgedragen aan wie je nu bent. Je zult vragen verkennen over je tijd in de baarmoeder, je geboorte en je eerste levensjaar. Aan het einde vind je een journaloefening die je kan helpen om verbanden te leggen met je huidige leven. Deze reis naar je begin is bedoeld om met compassie te begrijpen hoe je eerste ervaringen nog steeds doorwerken in wie je bent.
Het allereerste begin – Jouw leven in de baarmoeder
Je levensverhaal begint al in de baarmoeder, waar je volledig omhuld en beschermd was. Omringd door warmte voelde je je moeders hartslag. Dit was je eerste thuis, je eerste ervaring van veiligheid. In deze periode ervoer je alles wat je moeder ervoer. Haar gevoelens, stress, voeding en gezondheid hadden direct invloed op jou. Als je moeder zich goed voelde, was jouw omgeving waarschijnlijk rustig en veilig. Maar wanneer je moeder fysiek of emotioneel onder druk stond, had dit ook invloed op jou.
Het kan zijn dat je moeder uitdagingen heeft gehad tijdens haar zwangerschap van jou: misschien maakte ze zich zorgen over haar werk of was er spanning in de relatie met haar partner. Mogelijk was er sprake van financiële stress, gezondheidsproblemen of aandacht die naar jouw broers of zussen ging. Hoe je moeder met deze situaties omging en hoe ze voor zichzelf zorgde, vormden indirect ook jouw eerste ervaringen.
Vragen om je prenatale periode te verkennen:
Om te verkennen hoe de eerste negen maanden in de buik van je moeder zijn geweest, kun je een open en nieuwsgierig gesprek aangaan met je moeder of anderen die nauw betrokken waren bij de zwangerschap. Dit kan ook een vader, verzorger of familielid zijn die in die periode dichtbij stond. Benader dit gesprek vanuit oprechte interesse:
- Kun je me vertellen over de periode van de zwangerschap? Vanaf het moment dat je wist dat je zwanger was tot aan mijn geboorte?
- Hoe voelde je je tijdens de zwangerschap? Zowel emotioneel als lichamelijk?
- Waren er bijzondere gebeurtenissen of uitdagingen tijdens de zwangerschap? Hoe ging je daarmee om?
- Hoe verliep de bevalling? Wat herinner je je daarvan?
Het eerste jaar
Leren vertrouwen in een nieuwe wereld
Het moment dat je wordt geboren, maak je wellicht de grootste transitie mee in je leven die je maar kunt meemaken: je gaat van de volledige bescherming in de baarmoeder naar het leven in de grotere wereld. Na negen maanden van constante warmte kom je ineens in een omgeving met licht, geluiden en temperatuurverschillen. Je bent niet langer volledig omhuld en gedragen. Zelfs als je op de borst van je moeder ligt, is de ervaring fundamenteel anders dan in de baarmoeder.
Dit is de periode waarin je ontdekt of de wereld een veilige, betrouwbare plek voor jou is. Zo leer je in dit eerste jaar of je behoeften worden vervuld. Krijg je troost als je huilt? Word je gevoed als je honger hebt? Word je vastgehouden en gekoesterd? De manier waarop je verzorgers reageren op je signalen vormt je eerste ervaring van relaties. Je begint in deze periode te ontwikkelen wat psychologen een ‘hechtingsstijl’ noemen – een fundamenteel patroon dat tot je tweede levensjaar verder vorm krijgt en ook daarna blijft evolueren.
John Bowlby en Mary Ainsworth deden uitgebreid onderzoek naar hechtingspatronen en hoe die ontstaan in de relatie tussen baby en verzorger. Ze ontdekten dat er verschillende hechtingspatronen kunnen ontstaan, afhankelijk van hoe consistent en sensitief de verzorging is:
Veilige hechting
Wanneer verzorgers consistent en liefdevol reageren op je behoeften, ontwikkel je een basisvertrouwen. Je leert dat je emoties ertoe doen, dat hulp vragen oké is en dat de wereld voorspelbaar is. Veilig gehechte kinderen gebruiken hun verzorger als een ‘veilige basis’ van waaruit ze de wereld kunnen verkennen.
Onveilige hechting
Niet alle ouders kunnen consistente zorg bieden. Soms moet een vader al snel weer aan het werk. Misschien is een moeder overweldigd of heeft ze te maken met haar eigen emotionele uitdagingen. Een verzorger kan fysiek aanwezig zijn, maar emotioneel afwezig door stress of zorgen. Wanneer de zorg inconsistent, afwezig of overweldigend is, kunnen verschillende onveilige hechtingspatronen ontstaan:
- Vermijdende hechting: Als je leert dat je behoeften niet worden vervuld of dat emoties worden afgekeurd, kun je leren je gevoelens te onderdrukken en je ‘groot’ te houden.
- Angstige hechting: Bij inconsistente zorg (soms liefdevol, soms afwezig) kun je extra aanhankelijk worden en voortdurend bevestiging zoeken.
- Gedesorganiseerde hechting: Bij zeer onvoorspelbare of beangstigende verzorging kan een verwarrend patroon ontstaan waarbij je zowel nabijheid zoekt als vermijdt.
“hier komt een nieuwe illustratie vrouw v in de plaats”
Wanneer een ouder, ondanks goede bedoelingen, niet in staat is om consistent te reageren op de behoeften van het kind, raakt de baby in de war. Het weet niet meer wat het kan verwachten: soms wordt het getroost, soms niet.
Als dit gebeurt, past het lichaam van de baby zich aan. Een baby die steeds inconsistente reacties krijgt, kan op een gegeven moment moeite krijgen met huidcontact. Het kind gaat bibberen bij aanraking omdat het niet weet of de aanraking prettig of onprettig zal zijn, warm of koud, zacht of abrupt. Het vermogen om liefdevolle aanraking volledig te ontvangen wordt aangetast. Deze kinderen beginnen vaak meer te huilen en te krijsen of ze sluiten zich juist af en worden stiller. Ze wachten op een respons die soms wel en soms niet komt. Deze baby’s hebben nog geen manier om de situatie te veranderen – ze kunnen niet wegduwen wat onprettig voelt of duidelijk maken wat ze nodig hebben. Ze kunnen alleen reageren binnen hun beperkte mogelijkheden.
Deze vroege hechtingspatronen vormen een soort ‘blauwdruk’ voor latere relaties. Ze beïnvloeden hoe je omgaat met intimiteit, hoe je reageert op stress en of je geneigd bent anderen te vertrouwen of juist op je hoede te zijn. Om te ontdekken hoe jouw eerste levensjaar eruitzag en welke hechtingspatronen mogelijk bij jou zijn ontstaan, kun je de volgende vragen stellen aan je ouders of verzorgers.
Vragen om je eerste levensjaar te verkennen:
- Hoe was ik als baby? Hoe reageerde ik als ik iets nodig had?
- Wat hielp mij om tot rust te komen? Wie hield mij vooral vast en hoe reageerde ik daarop?
- Hoe reageerde ik op nieuwe situaties of onbekende mensen?
- Hoe zag de dagelijkse zorg eruit? Was er een vast ritme of verliep dit meer flexibel?
- Wat vond je als ouder(s) bijzonder of uitdagend aan mijn eerste jaar?
Journaloefening
Verbinding maken met je vroegste ervaringen
Nu je meer hebt ontdekt over je prenatale periode en eerste levensjaar, kun je onderzoeken hoe deze vroege ervaringen nog steeds een rol spelen in je leven.
Hey lieve vrouw
Je bent aan het einde gekomen van dit puzzelstuk, wellicht reis je nu verder door óf reis je terug naar onderdelen in dit puzzelstuk waar je nog even bij stil wilt staan.
Een pauze nemen kan ook fijn zijn om inzichten en ervaringen te laten indalen. Alles is goed, jij bepaalt jouw tempo ![]()
