Puzzelstuk 1 – 12-18 jaar
Identiteit en zelfbeeld
In deze levensfase ontdek je wie je bent en wie je wilt worden. Het is een periode waarin je steeds meer afstand neemt van je ouders en je eigen pad begint te bewandelen. Deze tijd kenmerkt zich door grote veranderingen op verschillende vlakken:
Cognitieve ontwikkeling
Je denkvermogen maakt een sprong – kritisch denken en abstract redeneren nemen toe. Je leert complexe verbanden te leggen en filosofische vragen te stellen. Je kunt steeds beter nadenken over hypothetische situaties en de toekomst. Dit is de periode waarin je begint na te denken over wat voor persoon je wilt worden, welke opleiding je wilt volgen en welke waarden voor jou belangrijk zijn. Zelfreflectie wordt een belangrijke vaardigheid.
Emotionele ontwikkeling
Je zoekt naar je eigen identiteit en onafhankelijkheid. Dit gaat vaak gepaard met een zoektocht naar wie je bent los van je familie. Door hormonale veranderingen kun je emotioneel wat labieler zijn – het ene moment vol zelfvertrouwen, het andere moment diep onzeker. Je leert omgaan met complexere emoties en tegengestelde gevoelens. Je ontwikkelt een dieper begrip van wie je bent en wat je belangrijk vindt in het leven.
Sociale ontwikkeling
De invloed van je vriendengroep wordt groter, terwijl die van je ouders afneemt. Groepsdruk speelt een belangrijke rol, evenals de behoefte om ergens bij te horen. Je eerste romantische relaties kunnen ontstaan, wat een heel nieuw gebied van emotionele en sociale ontwikkeling met zich meebrengt. Je ontwikkelt je eigen waarden en normen, vaak door deze te toetsen aan die van je vrienden en andere rolmodellen buiten je familie.
Lichamelijke ontwikkeling
De puberteit brengt ingrijpende lichamelijke veranderingen met zich mee. Je lichaam ontwikkelt zich naar volwassenheid, inclusief seksuele rijping. Dit kan zowel spannend als verwarrend zijn en heeft grote invloed op je zelfbeeld. Je moet wennen aan een veranderend lichaam en de reacties daarop van anderen.
In deze leeftijdsfase week je je los van je gezin, ouder(s) of verzorger(s). Naarmate je ouder wordt, worden je ouders en eventuele broers of zussen steeds iets minder bepalend voor jouw dagelijkse keuzes en jouw identiteit. Ook ga je in deze fase veel meer nadenken over je toekomst, over waar je bij wilt horen, wat misschien al te maken heeft met wat je in de toekomst wilt gaan doen. Een heel belangrijk aspect is zelfreflectie: je gaat reflecteren op wat je hebt geleerd in eerdere levensfasen en wat je hebt overgenomen van je ouders wat misschien niet bij jou past.
Een periode van
relaties, emoties en overtuigingen
Spiegelen en toetsen in relaties
In deze periode toets je of datgene wat je tot dan toe hebt geleerd binnen je gezin, ook echt waarheid is voor jou. Dit test je in contact met de mensen en vrienden met wie je op dat moment omgaat – binnen je sportvereniging, je vriendengroep en binnen je eerste liefdesrelaties of hele hechte vriendschap.
“Gekleurde illustratie wordt nog aangeleverd”.
Je vrienden worden in deze fase ontzettend belangrijk – ze worden een soort surrogaatbroers of -zussen, of zelfs ouders. Iemand die dicht bij je staat deelt hoe het bij hen thuis gaat, jij vertelt hoe het bij jou is en samen ontdekken jullie: wat vind ik eigenlijk gezond, wat past bij mij, wat helemaal niet? Door je wereld te verbreden, kun je steeds meer juist je eigen identiteit vormen.
Emoties, grenzen en de rol van ouders
In deze periode kun je ook worstelen met heftige emoties. Neem Karen en haar zoon Amir. Tot een half jaar geleden was Amir een super lief, gemakkelijk kind in de ogen van zijn moeder. Maar nu is Amir enorm aan het puberen en heeft hij helemaal geen zin meer dat zijn moeder met hem meekijkt en hem helpt een planning te maken. Je ouders raken in deze fase meer op de achtergrond, maar hun reactie op jouw zoektocht naar autonomie blijft cruciaal. Sommige ouders hebben er moeite mee als hun kind zich begint af te zetten en eigen keuzes maakt. Andere ouders zien het als iets moois: ‘Fantastisch, mijn kind wordt eindelijk volwassen, gaat uitvliegen, is het totaal niet eens met hoe we het hier allemaal hebben gedaan, maar weet wel heel goed waar hij naartoe wil!’
Overtuigingen die ontstaan
In deze periode kunnen belangrijke overtuigingen ontstaan zoals ‘Ik ben uniek en waardevol zoals ik ben’ of juist ‘Ik moet voldoen aan verwachtingen om erbij te horen’. Dit hangt af van de mate waarin je de ruimte krijgt om jezelf te zijn. Mag jij met al je unieke eigenschappen zijn wie je bent binnen de groep? Stel je bent een beetje een nerd, of je houdt veel van muziek, of je bent super sportief, of je komt altijd te laat, of je bent een punker binnen een normale casual vriendengroep – mag je zijn wie je bent, met al je keuzes, eigenaardigheden en tegenstrijdigheid? Mag je dat uitproberen?
Vragen om je pubertijd te onderzoeken
Neem de tijd om te reflecteren op deze levensfase. Net als bij de leeftijdsfase van 6 tot 12, vind je hier eerst vragen waar je zelf over kunt journallen.
Daarna lees je nog een paar vragen waarmee je het gesprek met je ouders kunt openen. Tot slot vind je journalvragen voor een algehele reflectie op deze tijd in je leven.
Vragen voor jezelf
- Hoe zag ik mezelf en mijn plek in de wereld in deze periode?
- Hoe belangrijk was het voor mij om ergens bij te horen?
- Welke normen en waarden begon ik te ontwikkelen?
- Hoe ging ik om met veranderingen en onzekerheden?
- Hoeveel vrijheid en steun kreeg ik van mijn ouders?
Vragen om aan je ouders te stellen
- Hoe hebben jullie mij ervaren toen ik een tiener was? Wat viel jullie op aan mijn ontwikkeling?
- Hoe gingen jullie ermee om als ik mij tegen jullie afzette of andere ideeën had?
- Welke aspecten van mijn persoonlijkheid begonnen zich in deze periode al duidelijk af te tekenen?
- Waren er momenten waarop jullie trots waren op hoe ik mijn eigen weg vond?
- Hoe ervaarden jullie de overgang van mij als kind naar jongvolwassene?
- Was er iets dat jullie graag anders hadden aangepakt in jullie rol als ouder tijdens mijn tienerjaren?
Journaloefening
Neem wat tijd om te schrijven over wat je hebt ontdekt.
Tot slot
Je hebt een bijzondere reis gemaakt door je vormende jaren. Door alle ontwikkelingsfases heen heb je ontdekt hoe je vroegste ervaringen de basis hebben gelegd voor wie je nu bent. Deze inzichten zijn waardevolle puzzelstukjes die je helpen jezelf beter te begrijpen.
Waar ga je nu naartoe? Nu je je tijdlijn hebt verkend, kun je kiezen welk puzzelstuk het beste aansluit bij waar je nu staat:
· Puzzelstuk 2 – Je persoonlijke eigenschappen: Ontdek welke karaktertrekken jou uniek maken
· Puzzelstuk 3 – Impactvolle gebeurtenissen: Verken hoe moeilijke ervaringen je hebben gevormd
· Puzzelstuk 4 – Externe factoren: Leer bewuster omgaan met wat het leven je brengt
· Puzzelstuk 5 – De dans met je ouders: Onderzoek hoe je vroegste relaties doorwerken in je huidige verbindingen
Volg je intuïtie – elk puzzelstuk bouwt op zijn eigen manier voort op de inzichten die je hier hebt opgedaan.
