Zin in een fijne playlist tijdens de cursus?

Puzzelstuk 1 – 3-6 jaar

Volgende

De wereld leren begrijpen en zelf keuzes maken


In deze periode maak je grote stappen in hoe je de wereld om je heen begrijpt en hoe je daarin je eigen plek vindt. Je brein ontwikkelt zich sterk: je kunt niet alleen concrete dingen onthouden, maar je begint ook steeds meer te refereren aan eerdere ervaringen. Als je moeder aan het begin van de week een vloekwoord zegt, kan het zomaar zijn dat je dit later in de week aanhaalt wanneer je vader iets vergelijkbaars zegt: ‘Mama zei dat ook!’ Temidden van deze ontwikkeling ontdek je ook meer je eigen wil en leer je steeds beter om te gaan met anderen en hun gevoelens. Al met al kenmerkt de ontwikkeling van een kleuter zich op de volgende manier:

Cognitieve ontwikkeling

Je denkvermogen maakt een grote sprong voorwaarts. Je leert gebeurtenissen te onthouden en ernaar te verwijzen. Je begrijpt steeds beter hoe dingen met elkaar samenhangen en wat het gevolg is van bepaalde acties. Een mooi voorbeeld hiervan is het verhaal van Lois, een meisje van vijf dat erg bang was om te laat te komen. Waar haar vader het niet zo nauw nam met tijd, had Lois al vroeg door dat te laat komen betekende dat ze als laatste de klas in moest, dat alle kinderen dan naar haar zouden kijken en dat de juf gehaast een plekje voor haar moest zoeken in de kring. Deze ervaring was voor haar zo onprettig dat ze niet meer door haar vader naar school gebracht wilde worden, maar door haar moeder of oma.

Emotionele ontwikkeling

Je gevoelswereld wordt rijker en complexer. Je ontwikkelt niet alleen basisemoties als blij, boos en verdrietig, maar ook gevoelens als schaamte en schuld. Je kunt je bijvoorbeeld schuldig voelen als je de kat aan zijn staart trekt en een corrigerende tik krijgt – je leert dan dat je een dier pijn hebt gedaan. Of je schaamt je omdat je nieuwsgierig was naar het lichaam van je ouder en wordt gecorrigeerd. De manier waarop ouders op dit soort situaties reageren heeft vaak een blijvende impact. Een rustige, begripvolle reactie helpt kinderen om deze gevoelens te verwerken en ervan te leren: ‘Ik zie dat je geschrokken bent, en het is goed dat je voelt dat dit niet mag. Kom maar hier.’ Een strenge of beschamende reactie (‘Hoe durf je dat te doen!’) kan leiden tot langdurige gevoelens van onzekerheid of schaamte.

543A0467.jpg

Sociale ontwikkeling

Je leert steeds beter om je te verhouden tot anderen. Je ontwikkelt empathie, het vermogen om je in te leven in andermans gevoelens. Dit leer je vooral door het gedrag van je ouders te observeren. Je hoort je moeder bijvoorbeeld aan de telefoon met een zieke collega: ‘O jee Jan, wat vervelend dat je zo ziek bent. Zal ik deze week een paar van je taken overnemen? Dan kun jij goed uitrusten.’ Of je ziet hoe je vader reageert als de buurvrouw vertelt dat haar man in het ziekenhuis ligt: ‘Wat naar voor jullie. Kan ik helpen? Misschien een pannetje soep brengen?’ Deze voorbeelden van medeleven en zorg voor anderen worden door kinderen opgepikt en nagebootst. Ze leren hiervan dat het normaal is om met anderen mee te voelen en te helpen waar je kunt. 

543A1732

Ontwikkeling van autonomie

Je ontdekt dat je een eigen wil hebt en dat je zelf keuzes kunt maken. Deze groeiende autonomie zie je terug in hoe kinderen hun stem leren gebruiken. Zo kan een vierjarige al heel stellig zijn: ‘Ik wil zelf mijn jas dichtritsen!’ of ‘Nee, ik wil niet naast Karin zitten tijdens het eten!’ Deze momenten zijn belangrijk – het kind leert dat het een eigen persoon is met eigen wensen. De reacties van ouders en verzorgers op deze ontluikende autonomie zijn bepalend. Als een kind bijvoorbeeld altijd te horen krijgt: ‘Doe niet zo eigenwijs’ of ‘Het moet zoals ik het zeg’, leert het dat eigen initiatief niet gewenst is. Maar als er ruimte is voor eigen keuzes binnen veilige grenzen – ‘Je mag zelf kiezen welke kleur beker je wilt, de rode of de blauwe’ – ontwikkelt het kind vertrouwen in het eigen kunnen.

Volgende
543A0549

Ruimte krijgen

En grenzen leren kennen


Het verhaal van Lisa laat zien hoe belangrijk de balans tussen vrijheid en grenzen is. Lisa was vier jaar en wilde graag zelf haar brood smeren. Haar moeder had het altijd druk en vond het vaak te rommelig als Lisa dit zelf deed. ‘Laat mij dat maar doen, dat gaat sneller’, zei ze dan. Als Lisa toch aandrong, kreeg ze soms te horen: ‘Nu niet Lisa, straks maak je alles vies.’ Lisa stopte op een gegeven moment met vragen en wachtte gewoon tot haar bord voor haar werd neergezet. Ze leerde: proberen heeft geen zin.

Bij haar oma was dit anders. Als Lisa daar logeerde, kreeg ze een eigen mes en mocht ze zelf kiezen wat er op haar brood kwam. Ja, er vielen wel eens klodders naast het bord en de eerste boterhammen waren wat onhandig besmeerd, maar oma bleef rustig. ‘Kijk, probeer het mes zo vast te houden’, zei ze geduldig. Als er iets misging, lachten ze er samen om en maakten het schoon. Lisa straalde van trots als ze een zelf-gesmeerde boterham klaar had. Bij oma leerde ze: ik kan dit, ook al duurt het wat langer of gaat het eerst een beetje mis.

De vierjarige Joella had juist heel weinig grenzen. Haar ouders, die zelf een strenge opvoeding hadden gehad, wilden haar alle vrijheid geven.

Als Joella in een winkel een driftbui kreeg omdat ze geen snoep mocht, wisten ze niet goed wat ze moesten doen. 

543A0643

Meestal gaven ze toch maar toe om de boel te sussen. Joella leerde hierdoor dat emotionele uitbarstingen haar brachten wat ze wilde. Maar diep vanbinnen voelde ze zich onzeker omdat niemand haar hielp haar sterke emoties te begrenzen.

De ervaringen uit deze periode kunnen leiden tot verschillende overtuigingen die je de rest van je leven met je meedraagt:

Positieve overtuigingen

  • Ik mag fouten maken en daarvan leren.
  • Ik kan zelf keuzes maken.
  • Mijn gevoelens zijn belangrijk.
  • Ik kan anderen vertrouwen.

Belemmerende overtuigingen

  • Als ik iets verkeerd doe, ben ik slecht.
  • Ik moet extreme reacties tonen om gezien te worden.
  • Mijn gevoelens doen er niet toe.
  • Wat ik wil is niet belangrijk.

Deze eerste ervaringen met het nemen van initiatief leggen een belangrijke basis. Ze bepalen hoe makkelijk iemand later voor zichzelf durft op te komen, eigen keuzes durft te maken of nieuwe dingen durft te proberen. Het gaat niet om het krijgen van alle vrijheid, maar om het vinden van een balans tussen eigen wil en gezonde grenzen. 

Je kleutertijd verkennen

Om meer inzicht te krijgen in hoe deze periode jou heeft gevormd, kun je de volgende vragen verkennen met je ouders/verzorgers, of voor jezelf beantwoorden:

  1. Wat voor kind was ik tussen de drie en zes jaar?
  2. Hoe ging ik om met veranderingen of nieuwe situaties? Kun je daar voorbeelden van geven?
  3. Was ik iemand die graag zelf dingen wilde doen? Hoe liet ik dat merken?
  4. Hoe was het contact met andere kinderen? Wat viel je op in hoe ik met anderen omging?
  5. Hoe reageerde ik op situaties waarin ik iets deed wat niet mocht? 
  6. Wat maakte mij uniek in deze periode?

Journaloefening

Je kleutertijd hervinden

Neem tijd om te schrijven over wat je hebt ontdekt.

Hey lieve vrouw


Je bent aan het einde gekomen van dit puzzelstuk, wellicht reis je nu verder door óf reis je terug naar onderdelen in dit puzzelstuk waar je nog even bij stil wilt staan.
Een pauze nemen kan ook fijn zijn om inzichten en ervaringen te laten indalen. Alles is goed, jij bepaalt jouw tempo 

Kom je naar de verdiepingssessie of wil je even sparren?

Wat leer je in de Deep Dive?

Onder de Deep Dive vallen de onderstaande drie paden. In de cursus ga je met alledrie aan de slag. Je kunt alvast een kijkje nemen naar de verschillende paden.